Reactie van Buro Brycx op artikel in Utrechts Nieuwsblad

 

Afgelopen zaterdag schreef van Karin Luidens een uitstekend artikel in AD over prostitutie en mensenhandel in Utrecht. Waar blijven de vrouwen die nu niet meer op het Zandpad werken en wie zorgt nu voor hen?

De gemeente Utrecht neemt een voortrekkersrol in Nederland en pakt zaken als dwang en uitbuiting in de prostitutie hard aan. Dat is te prijzen, want helaas komt e.e.a. op grote schaal voor. Het is echter bijzonder moeilijk om de ‘juiste’ maatregelen te treffen, het betreft immers illegale praktijken in een -deels- legale sector.

In Nederland is prostitutie legaal. De omstandigheden waaronder de prostituees moeten werken zijn echter verre van ideaal. De overheid heeft sinds 2000 een aantal maatregelen getroffen, waardoor prostituees vaak onder slechte arbeidsomstandigheden moeten werken. Je kunt als zelfstandig werkende prostituee geen eigen vergunning aanvragen en je bent dus altijd gedwongen om te werken onder de vergunning van een exploitant. Die geheel eigen -commerciële- belangen heeft. Als je het de vrouwen en mannen (en transgenders) in het vak vraagt, dan willen ze maar één ding: zelfstandig kunnen werken, zonder een deel van de inkomsten af te moeten dragen aan een exploitant. Prostituees krijgen het in Nederland nog steeds niet voor elkaar om volkomen normale voorzieningen als arbeidsongeschiktheidsverzekeringen, hypotheken of zakelijke bankrekeningen te regelen. Deze zakelijke dienstverlening wil geen zaken met hen doen.

De welvaart in Nederland heeft een aanzuigende werking voor mensen uit minder welvarende landen. Het is aantrekkelijk voor vrouwen uit o.m. Oost-Europa en Afrika om geld te verdienen in West-Europa. Vrouwen zijn zich vaak echt wel bewust van de bijbehorende risico’s. In Oost-Europa wordt wel degelijk voorgelicht over mensenhandel. Vrouwen en mannen komen hier heen om geld te verdienen en kiezen daarbij soms voor laagopgeleid werk als prostitutie. Ze regelen zelfstandig een reis naar Nederland, of laten dat regelen. Zodra ze in Nederland zijn echter, belanden ze in de bureaucratische fuik van ons systeem. Ze moeten zich inschrijven bij de Kamer van Koophandel en bij de Belastingdienst en moeten een plek zien te vinden om te werken en te slapen. Dat is moeilijk als je de taal niet spreekt en daarvoor heb je een tussenpersoon nodig. Vervolgens kan je een schuld opbouwen en moet je veel en hard werken om je schuld af te betalen. Deze uitbuiting noemen wij mensenhandel in Nederland. En dat is strafbaar.

Nederland beraadt zich sinds een evaluatie van het systeem in 2006 al op maatregelen. Er is een nieuwe wet in de maak, waarmee mensenhandel voorkomen en bestreden moet worden. Op zich een heel goede zaak. Grote steden als Utrecht hebben een voorzet genomen op de nieuwe wet en voeren met elke prostituee aan het Zandpad een registratiegesprek, om in te schatten of zij mogelijk slachtoffer is van mensenhandel. Utrecht signaleert op deze wijze daadwerkelijk mogelijke slachtoffers. Het is natuurlijk de vraag wat er vervolgens met die informatie gebeurt. De informatie is immers bijzonder privacy-gevoelig. Vervolgens leiden helaas bijzonder weinig strafzaken inzake mensenhandel daadwerkelijk tot een veroordeling.

Utrecht is tevreden met het eigen ontwikkelde systeem. De praktijk op het Zandpad leert echter anders: de vrouwen die er aantoonbaar gedwongen werkten hebben zich sindsdien laten registreren bij de gemeente. Vrouwen die zelfstandig werkten hebben aangegeven zich niet te willen registreren (‘waarom zou ik, ik ben toch al bekend bij de belastingdienst en KvK?’) en zijn elders gaan werken. De vacant gekomen werkplekken aan het Zandpad zijn sindsdien weer ingenomen door nieuwe -vaak gedwongen werkende- Oost-Europese vrouwen.

Utrecht heeft onlangs een aantal exploitanten aan het Zandpad de vergunning ontnomen, wegens mogelijke betrokkenheid bij mensenhandel. Het zou een goed idee zijn als Utrecht de vrijgekomen boten zelf zou exploiteren. En er werkplekken zou inrichten die goed en zelfstandig werken mogelijk zouden maken. Dat past helemaal in de voortrekkersrol van Utrecht. Er zijn organisaties die zouden kunnen ondersteunen in het inrichten van goede werkplekken en het creëren van goede arbeidsomstandigheden.

De overheid verschuilt zich in Nederland in toenemende mate achter een papieren werkelijkheid. Op papier zijn veel organisaties bezig met de bestrijding van mensenhandel. In de werkelijkheid is de capaciteit zeer beperkt en zijn niet alle betrokken instanties en personen hiervoor getraind of opgeleid. Mensenhandel is een uiterst complex misdrijf en specialisatie in het onderwerp is noodzakelijk. Dat dit nog steeds heel moeilijk is illustreert het volgende voorbeeld.  Toen ik in december jl. mijn bedrijfje inschreef bij de Kamer van Koophandel in Utrecht, vroeg ik natuurlijk naar de gangbare praktijk. Men heeft trainingen gevolgd over mensenhandel, maar in de praktijk gebeurt er weinig met de informatie die men heeft. Men ziet dagelijks dames die zich inschrijven en die vergezeld worden door ‘mannen met dikke leren jassen’. Het onderbuikgevoel van de medewerkers bij de KvK geeft aan dat dit niet in orde is, dat hier mogelijk sprake is van dwang. Maar men heeft angst om deze zaken te melden. ‘Dat is een zaak voor de politie’, zegt men desgevraagd.

Het onderwerp prostitutie en mensenhandel zal de gemoederen voorlopig nog wel bezig houden. Het houdt de media bezig en er ontstaan privé initiatieven, zoals laatst de studenten die illegale seks praktijken in beeld brachten bij Chinese massagesalons. Utrecht wist echter al jaren van deze praktijken af, er is door meerdere ngo’s melding van gemaakt.

Waar de vrouwen van het Zandpad zijn gebleven weet niemand. Zij zullen inmiddels elders werken. Misschien in een andere stad, misschien vanuit hun eigen huis.