20 Minuten seks, 20 euro – Hongaarse prostituees in Amsterdam

http://www.origo.hu/nagyvilag/20121114-egyre-tobben-vannak-hollandiaban-a-magyar-prostitualtak-akik-emberkereskedelem-aldozatai.html

Vertaling door Maaike van Groenesteijn

Zonder condoom accepteren ze alles – zo slecht staan de in Nederland werkende Hongaarse prostituees bekend. Het zijn er steeds meer en steeds vaker worden zij slachtoffer van mensenhandel. Het grijpt ook de Nederlandse hulporganisaties en overheidsinstanties aan: zij zien dat de Hongaarse prostituees regelmatig mishandeld worden, dat ze verlangen naar huis: de pooiers houden deze vrouwen makkelijk in hun macht, deze vrouwen zullen toch geen aangifte doen. Een verslag van Origo vanaf de Wallen in Amsterdam.

Waar verlangt een Hongaarse prostituee die op de Wallen werkt nou echt naar? Naar Túró Rudi (Hongaarse candybar, MVG). Dat is tenminste wat een Hongaars meisje dat op de Wallen werkt, Éva, liet weten toen zij benaderd werd voor een interview. Dus heb ik er een paar voor haar meegenomen. Wanneer ik ze aan haar geef, worden zij en haar vriendin die in het raam naast haar staat meteen blij. Ik zeg er nog bij dat ze de Túró Rudi’s wel in de koelkast moeten leggen, want het zou best kunnen dat ze zacht worden, maar dat wuift ze weg: ‘Dit gaat nu toch meteen op!’.

De meisjes wenken de mannen die door de Molensteeg lopen vanuit hun rood verlichte raam. Hier werken alleen Hongaarse prostituees. Het raam gaat naar binnen open, waar de verwarming goed hoog staat. Achterin zijn de kamers, daar kunnen de vrouwen heen met hun klanten. Er is ook gewone verlichting, maar standaard brandt het rode licht. Op Éva’s werkplek, haar kamer, is slechts het broodnodige aanwezig: een bed, bekleed met een plaid, een krukje, een spiegel en een wastafel.

Ze draagt alleen ondergoed en make-up, maar ondanks dat gaat ze heel ongedwongen op het bed zitten, terwijl ze vertelt hoe het is om als Hongaarse prostituee in Amsterdam te werken. ‘Als het werk niet zo slecht zou gaan dan zouden we het goed hebben, maar soms verdienen we helemaal niets’, legt ze uit. Een paar jaar geleden kon er nog €1000 per dag verdient worden, nu is het gemiddelde maar zo’n 200-300 euro. Per dag heeft ze een paar klanten, maar met aftrek van de huurkosten voor het raam houdt ze hiervan maar weinig over. ‘Ik had vandaag de huur voor mijn huis moeten betalen en de Belastingdienst eist nog €12.000 van mij over de afgelopen drie jaar’. In Nederland is prostitutie sinds 12 jaar legaal, daarom moet er belasting over worden betaald.

De inkomsten hebben te lijden onder de crisis: er zijn minder klanten en juist meer meisjes, de prijzen zijn ook gedaald. ‘Degenen die een pooier hebben, doen alles en ook nog eens voor minder geld’, zegt Éva. Het is volgens haar niet mogelijk om hiermee te concurreren. Ze blijft toch, want ‘nu ze er eenmaal is’, wil ze ook geld sparen, zodat ze een huis kan kopen en een auto. Dan wil ze ermee stoppen. ‘Want dit is niet normaal, toch? Ik vind het in ieder geval best wel triest’ – zegt ze, terwijl ze met haar haar speelt. Als ik er naar vraag, voegt ze er nog aan toe dat het nooit went, dit werk.

In de loop van de jaren heeft Éva Engels geleerd en heeft ze een vaste klantenkring opgebouwd. Er is bijvoorbeeld een rijke buitenlandse zakenman, die eens vier uur lang bij haar bleef en haar zomaar €1500 toestopte. Haar klantenkring bestaat uit artsen en advocaten en het komt ook wel eens voor dat er getrouwde stellen bij haar langskomen. Sommige klanten lijken vooral op zoek te zijn naar een geliefde. Maar er zijn ook agressieve klanten, met wie je moet oppassen, ook al zit er in elke kamer een alarmknop die bij problemen meteen de raamexploitant waarschuwt. Er doen vreselijke verhalen de ronde, bijvoorbeeld over een klant die een prostituee in elkaar sloeg omdat hij niet was klaargekomen, of over het Roemeense meisje van een straat verderop, die eerst verkracht werd en daarna vermoord.

Maar ook de pooiers zijn soms angstaanjagend. Éva verteld dat ze een meisje uit Nyíregyháza kent, die bedreigd werd door haar pooier dat hij haar familie in Hongarije iets aan zou doen. Op een gegeven moment is hij echt naar haar familie gegaan en heeft hun huis in de fik gestoken. Ze kent ook meisjes die door hun ouders naar Nederland zijn gestuurd, zoals bijvoorbeeld een tweeling die door hun eigen vader naar Nederland is gebracht.

Éva vertelt dat ze weinig weet van de meisjes die gedwongen worden in de prostitutie te werken, net als van degenen die het geld nodig hebben om hun kinderen in Hongarije te onderhouden. Wat ze wel weet, is dat 18-jarige meisjes nog goedgelovig zijn, je kunt hen makkelijk voor de gek houden en dat weten de pooiers ook. ‘Veel mannen willen je vriend worden omdat je zo mooi bent. Maar dit mag je nooit gaan geloven. Slechts 1 op de 100 mannen die dit zeggen, zal echt van je houden’. Éva had ook een pooier, maar ze zegt dat ze sinds 3 jaar van hem af is. Op de vraag waarom haalt ze haar schouders op: ‘We hadden afgesproken dat we mijn inkomsten 50-50 zouden verdelen, maar ik kreeg mijn helft niet’. Op de vraag hoe ze in de prostitutie terecht is gekomen, antwoordt ze met tegenzin dat het al in Hongarije begon, toen ze met haar vriendinnen uit het kindertehuis de stad in ging en ze in aanraking kwam met een foute groep, foute mensen. Ze vertelt niet precies hoe het verder ging, maar: ‘Ik werkte in Hongarije ook al en een vriend heeft me verkocht aan iemand anders, en die heeft me toen naar Nederland gebracht’.

Haar familie woont in Hongarije en zij denken dat Éva in Duitsland woont met haar partner. Soms gaat ze terug naar Hongarije om haar familie te bezoeken, maar ze wil niet meer terugverhuizen naar Hongarije. ‘Ik zou niet meer in Hongarije kunnen wonen, want er is daar helemaal niets’ en de politie in Hongarije ‘is er niet voor je, maar alleen maar tegen je’.

De helft van de prostituees is Hongaars

De meerderheid van de Hongaarse prostituees die in Nederland werken willen – in tegenstelling tot Éva – uiteindelijk graag terug naar Hongarije. Dit geldt niet zo voor prostituees van andere nationaliteiten, maar de Hongaren (van wie er steeds meer zijn) wijken ook in andere opzichten af. Maaike van Groenestyn werkt als veldwerker voor het Amsterdamse Prostitutie en Gezondheidscentrum (P&G292) en voor een vergelijkbare organisatie in Den Haag. Daarnaast voert ze onderzoeken uit. Omdat ze een tijd in Hongarije heeft gewoond en gestudeerd, spreekt ze onze taal en houdt ze zich vooral bezig met de Hongaarse meisjes. Dat is ook nodig, want de afgelopen jaren zijn er steeds meer Hongaarse prostituees bijgekomen. Volgens Maaike is de helft van de prostituees in Den Haag Hongaars en in Amsterdam ongeveer een kwart. Ook werken er Hongaarse vrouwen in Alkmaar, Eindhoven, Utrecht en Groningen.

De Hongaren staan zelfs sinds vorig jaar op de tweede plaats als we kijken naar het aantal slachtoffers van mensenhandel. Dit is een duidelijke verandering in de statistiek: vergeleken met 2010 zijn er twee keer zoveel Hongaarse slachtoffers. Vorig jaar heeft CoMensha, coördinatiepunt mensenhandel, 120 Hongaarse meisjes geregistreerd die slachtoffer zijn geworden van mensenhandel. Daarmee laten de Hongaren de Bulgaren, Roemenen en Polen achter zich. Alleen de Nederlanders – en als we ook buiten Europa kijken de Nigerianen – staan nog boven hen. Volgens de statistiek van dit jaar (tot september) zijn er al meer Hongaarse slachtoffers van mensenhandel geregistreerd dan Nigeriaanse, namelijk 70.

Maaike, met wie ik in een van de vele bars van de Wallen heb afgesproken, vertelt dat de Hongaarse slachtoffers van mensenhandel niet alleen hierin afwijken van de rest. Ze doen bijna nooit aangifte, terwijl ze daar waarschijnlijk genoeg redenen toe zouden hebben. Vergeleken met de andere vrouwen kosten de Hongaarse prostituees het minst en doen zij alles, ook zonder condoom. ‘De andere prostituees klagen soms dat de Hongaren de markt verpesten’ vertelt de veldwerker. Volgens haar is de standaardprijs van Hongaarse prostituees tussen de 20 en 30 euro, terwijl de duurdere prostituees 50 euro vragen voor dezelfde tijd.

Sekswerk in Nederland is duur

Het is absoluut niet goedkoop om prostituee te zijn in Nederland, er moeten namelijk veel kosten betaald worden. Voor de seksuele dienst moet 21% BTW berekend worden en over de inkomsten wordt rond de 35% belasting geheven (als de meisjes dit niet goed bijhouden, krijgen ze vaak van de Belastingdienst een hoge boete). Het is in principe verplicht om een zorgverzekering af te sluiten (maandelijks 120-130 euro), maar veel meisjes doen dit niet, of weten niet dat het verplicht is. Het huren van een raam is ook erg duur: een shift (dag- of nacht-) kost tussen de 80 en 120 euro. In Utrecht kan een raam voor een week gehuurd worden voor 600-650 euro. De huurprijs voor woonruimte ligt rond de 1500 euro per maand, want degenen die de stad niet goed kennen, weten niet goed hoe ze aan redelijk betaalbare woonruimte komen. Maaltijden zijn ook niet goedkoop, veel meisjes koken niet thuis maar eten in fastfoodrestaurants. Wat er na alle kosten overblijft daarvan moet een deel of zelfs alles soms ook nog eens aan de pooier betaald worden.
(De schattingen zijn afkomstig van Anna Sarbo en Maaike van Groenestyn)

De Hongaarse meisjes spreken geen Engels, in tegenstelling tot de meerderheid van de Roemenen en Bulgaren. ‘Er zijn meisjes, die Hongaars spreken tegen hun klanten, simpelweg omdat ze geen andere taal spreken’. Terwijl ze meer zouden kunnen verdienen als ze Nederlands of Engels zouden spreken: ze zouden minder ’20-minuten klanten’ hebben en meer mannen die (zoals veel klanten) ook een beetje willen praten of alleen maar willen klagen over hun echtgenote.

De Roemeense en Bulgaarse vrouwen die achter de ramen staan zijn andere types, veel meer Barbiepop-achtig: schoonheden met perfecte lichamen en mooie gezichten, de Hongaarse vrouwen zijn anders. Volgens Maaike zeggen ze soms zelfs dat ze liever aan de ‘overkant’ – tussen de duurdere prostituees – zouden werken, maar daarvoor zijn ze ‘niet mooi genoeg’. Van de Molensteeg is het voor de mensen die de Wallen goed kennen, bekend dat daar de meeste Hongaren werken. Het wordt ook wel ‘Nyíregyháza-straat’ genoemd, omdat veel meisjes daar vandaan komen.

Veel Hongaarse prostituees hebben in Hongarije kinderen of een familie voor wie ze moeten zorgen. Volgens Maaike is dat ook een van de redenen waarom klanten alles met hen kunnen doen voor weinig. Of omdat de pooier dat zo wil. Bij lange na niet alle, maar veel Hongaarse vrouwen zijn van Roma afkomst en tussen de 19 en 25 jaar oud. Sommigen komen uit Oost-Europa, meestal uit de arme dorpen of kindertehuizen in de provincie Szabolcs-Szatmár-Bereg. De vrouwen worden soms met geweld, soms met de belofte op werk naar Nederland gehaald. Soms betalen ze vrijwillig geld aan een man om hen te helpen zodat ze in Nederland in de prostitutie kunnen werken. Het komt ook voor dat ze verliefd op iemand worden, die hen meeneemt naar Nederland waar hij hen dwingt naar bed te gaan met andere mannen – volgens de veldwerker zijn dit veel voorkomende verhalen.

Op welke manier dan ook, uiteindelijk komen ze achter het raam terecht, waarover ze vaak zeggen dat het voelt alsof ze in de dierentuin werken, mede veroorzaakt door de groepen fotograferende toeristen die langslopen. De meeste meisjes schamen zich ervoor als ze een pooier hebben of zijn bang voor hem, daarom praten ze er liever niet over. Of ze proberen hun situatie te verklaren, volgens Maaike bijvoorbeeld door te zeggen ‘het is logisch dat ik mijn vriend geld geef, want hij helpt me’ of ‘mijn vriend heeft een ziekte en daardoor kan hij niet werken’. Alle vrouwen zien hun werk als tijdelijk: ‘dit is er nu en ik moet het op de een of andere manier overleven’, onder andere door haar gedachten uit te schakelen tijdens het werk. Ze proberen zichzelf gerust te stellen met de gedachte dat het maar tijdelijk is en dat ze op een gegeven moment iemand zullen vinden die van ze houdt.

De Hongaarse golf wijst op georganiseerde misdaad

Als iemand verliefd wordt op een grootmoedige verleider die haar vervolgens tot prostitutie dwingt, spreken we van de bekende loverboy tactiek – legt Warner ten Kate, landelijk mensenhandelofficier, in Zwolle uit. Met deze methode slepen ze vooral de Nederlandse vrouwen de prostitutie in. Wat de Hongaren betreft zijn er ook veel andere methoden zichtbaar. Volgens de mensenhandelofficier hadden ze afgelopen week nog een dergelijk geval: ze hielpen een Hongaars meisje dat door twee mannen mee naar Nederland was genomen met de belofte op werk in de schoonmaak. Tussen degenen die vanuit Hongarije naar Nederland komen (daders en slachtoffers) bevinden zich veel Roma en de Nederlandse overheidsinstanties zien in de op zichzelf staande gebeurtenissen tekenen van georganiseerde misdaad terug. Bepaalde groepen dwingen volgens de signalen hun eigen vrouwen en dochters tot prostitutie.

Over ditzelfde onderwerp sprak ook Walter Hilhorst, die aan de Nederlandse politieacademie lesgeeft over de Roma cultuur, met Origo. Volgens hem vallen de Hongaren vooral op in de misdrijven die gerelateerd zijn aan prostitutie, maar niet in andere vormen van misdaad. ‘Er is sprake van een hele speciale groep, waarin het Roma element sterk aanwezig is. Dit moet vermeld worden, maar ook dat zij niet alle Roma vertegenwoordigen. Er moet gesignaleerd worden dat deze mensen door hun maatschappelijke en economische positie kwetsbaar zijn om slachtoffer van mensenhandel te worden.

Volgens Warner ten Kate hebben zij tot nu toe op nationaal niveau 5 of 6 grotere Hongaarse zaken gehad, maar de Amsterdamse of Haagse politie heeft ook grotere politieonderzoeken gedaan waar Hongaren bij betrokken waren. In sommige van deze zaken kwam het tot een veroordeling van enkele jaren gevangenisstraf. Uit ervaring blijkt dat de Hongaarse vrouwen die slachtoffer van mensenhandel zijn vaak worden geslagen. De Hongaarse pooiers maken meer gebruik van geweld dan de pooiers van andere nationaliteiten.

Nederland heeft de afgelopen jaren veel aandacht besteed aan de bestrijding van mensenhandel en steeds vaker wordt contact gezocht met buitenlandse overheden. Volgens Warner ten Kate verloopt de samenwerking met de Hongaarse politie goed. Het is zelfs eens gelukt om een Hongaarse verdachte uitgeleverd te krijgen aan Nederland, een uitzonderlijk geval. De dader moet voor de Nederlandse rechter verschijnen.

‘Wij merken ook dat de Nederlanders zich openstellen naar ons en wij zijn ook opener geworden’ – zei Zoltán Csizma van de Hongaarse Nationale Recherche. Hij voegde hier aan toe dat zij het probleem heel serieus nemen en dat het hen duidelijk is dat er veel Hongaarse slachtoffers zijn. Maar het is een feit dat de überhaupt al onderbezette politiekorpsen in het land geen eenheden hebben die zich met mensenhandel bezighouden. De internationale zaken moeten sowieso centraal behandeld worden.

Op de vraag hoeveel Hongaarse prostituees er werkzaam zijn in Nederland kon de openbaar aanklager geen antwoord geven vanwege een gebrek aan data. Volgens de schattingen werken er 25.000 prostituees in Nederland en er zijn meer dan 12.000 ramen. In Amsterdam zijn er ongeveer 300 ramen. Volgens Warnet ten Kate zijn er honderden of zelfs duizenden Hongaarse vrouwen, maar hij benadrukte dat dit een voorzichtige schatting is.

Hoe nu verder in Hongarije

In een uitzending van Nieuwsuur werd kortgeleden een lange reportage getoond over de Hongaarse prostituees en medewerkers reisden zelfs naar Hongarije af om opnamen te maken in Nyíregyháza en omgeving. Krisztina Berta (coördinator mensenhandel bij het Hongaarse Ministerie van Buitenlandse Zaken) vertelt hierin dat het niet verwonderlijk is dat de meeste Hongaarse prostituees in Zwitserland en Nederland werken, daar is prostitutie immers legaal. De coördinator sprak hierover ook met Origo en vertelde dat het probleem ‘niet plaatsvindt in onze eigen straten, maar in Zürich en Amsterdam’ en dat betekent ook dat ‘we afhankelijk zijn van informatie die uit die doellanden komt’. ‘Wij proberen veel te doen hier in Hongarije, maar vanuit ons oogpunt gebeurt het misdrijf niet hier, want de vrouwen reizen legaal daarheen, waar zij legaal als prostituee kunnen werken’ voegde zij nog aan haar antwoord toe.

Het Nederlandse beleid trekt inderdaad prostitutie aan – erkent Warner ten Kate. ‘Ons beleid biedt de mogelijkheid dat prostituees legaal kunnen werken. Het beleid gaat er van uit, dat ze onafhankelijk kunnen blijven en zelfstandig hun zaken kunnen regelen. In de praktijk wordt echter 70-70% van de prostituees gedwongen, dat geldt ook voor de gelegaliseerde prostitutie’ zegt hij.

Volgens Anna Sarbo, consulent mensenhandel bij CoMensha ziet iedereen in Hongarije (sociaal werkers, politie en alle betrokkenen) mensenhandel als een probleem van Nederland omdat prostitutie in Nederland legaal is. ‘Ze vertellen geen onzin, want het is echt zo dat het probleem hier zichtbaar is, en inderdaad vindt het misdrijf hier plaats’ zegt zij, maar ze voegt hier aan toe dat dit te kort door de bocht is, omdat er in Hongarije wel degelijk veel gedaan zou kunnen worden zodat de meisjes niet eens als prostituee terechtkomen in het buitenland, of wanneer ze eenmaal zijn teruggekeerd naar Hongarije, ze niet opnieuw in de prostitutie terechtkomen.

Sarbo, van Hongaarse afkomst, is er zeker van dat het merendeel van de Hongaarse meisjes op de Wallen hier niet vrijwillig is. Ten eerste kunnen ze zonder talenkennis niets regelen – verzekering afsluiten, documenten regelen bij de Kamer van Koophandel – het moet wel, dat iemand dit voor hen regelt, en niet voor niets. ‘Ten tweede zie je het aan hoe ze eruit zien, vaak is hun gezicht mager, soms hebben ze blauwe plekken op hun lichaam. Ze zien er verloren uit, meer dan de anderen, en het is aan ze te zien dat ze in armoede zijn opgegroeid. Ik weet niet of zij vaker mishandeld worden, maar zo zien ze er wel uit. Er is iets mis met ze, dat kun je zien’. Veel van de pooiers zijn Hongaars en veel van hen komen uit hetzelfde milieu als de meisjes.

Het is volgens Anna Sarbo een groot gemis dat er in Hongarije geen stichting is die zich alleen bezighoudt met slachtoffers van mensenhandel. Het Nederlandse beleid helpt op veel manieren – bijvoorbeeld psychologische hulpverlening, opvang, vervolgopleidingen – slachtoffers die uit de prostitutie willen stappen. Een paar jaar geleden is er een Hongaars meisje vermoord in Nederland, Nederlandse documentairemakers hebben een documentaire over haar gemaakt: Dirty Window. CoMensha heeft een speciale hulp-website gemaakt in het Hongaars: www.hogyantovabb.info (‘hoe nu verder’). ‘Maar in Hongarije is er geen verder’, zegt Sarbo, waaruit volgens haar ook duidelijk wordt wat er gebeurt met slachtoffers die wel terugkeren naar Hongarije. ‘Wij zien dat er meisjes zijn die weer terugkomen, weer met een pooier en die zich opnieuw bij ons melden, als zij slachtoffer zijn geworden’ zegt ze.

Momenteel is er in het Hongaarse beleid geen geld voor preventie, maar volgens Anna Sarbo is de situatie wel degelijk veranderd: een paar jaar geleden erkende Hongarije het bestaan van dit probleem überhaupt nog niet.

Volgens Krisztina Berta, de coördinator van de bestrijding van mensenhandel in Hongarije, is er geen budget beschikbaar gesteld voor dit doel. Er is maar een (door het Hongaarse Ministerie van Sociale Zaken gefinancierd) opvangplek, een blijf-van-mijn-lijf huis voor slachtoffers in heel Hongarije, wat geleid wordt door een stichting. Daarnaast proberen gezinscentra een bijdrage te leveren in de opvang van slachtoffers. Er is wel een voorstel gepubliceerd, die de hulpverlening voor slachtoffers van mensenhandel tot staatsverantwoordelijkheid stelt.