Te veel mensenhandel gemeld in de afgelopen jaren?

https://degroteprostitutieleugen.blogspot.nl/2017/10/afgelopen-jaren-38-mensenhandel-teveel.html

In de periode van 2012 t/m 2016 werden maar liefst 1,274 migranten sekswerkers onterecht aangemeld als mogelijk slachtoffer van mensenhandel. Het gaat hier om de zogenaamde ‘sub 3’ meldingen, een vorm van mensenhandel die specifiek gaat over mensen die in de prostitutie werkzaam zijn en uit het buitenland afkomstig zijn. In het verleden ‘dacht’ de overheid dat uitbuiting of dwang niet nodig was om sekswerkers die afkomstig waren uit andere landen aan te merken als slachtoffer van mensenhandel. Een uitspraak van de Hoge Raad bepaalde echter dat er voor mensenhandel wel degelijk sprake moet zijn van enige vorm van uitbuiting of dwang.
Kortom, jarenlang zijn sekswerkers die niet uitgebuit of gedwongen werden tot prostitutie, toch aangemeld als slachtoffer, omdat men het grensoverschrijdende karakter als misdaad zag. Dat betekent dat er jarenlang 38% onterecht meldingen bovenop de meldingen van mogelijke slachtoffers uit de prostitutie werden gemeld. Het overgrote deel van deze meldingen werden gedaan door de KMar die al jarenlang meldingen deden, maar vanaf 2012 een meldplicht kregen om alle ‘geringe’ vermoedens ook te melden.
Het gevolg van deze meldplicht was dat het aantal meldingen plots omhoog schoot van 11 meldingen in 2011, naar maar liefst 396 meldingen in 2012. Een extreem groot verschil dus, waarvan nu achteraf dus blijkt dat 375 meldingen eigenlijk onterecht waren. Hetzelfde gold voor 2013 toen de KMar 307 meldingen deed, waarvan nu blijkt dat er 281 onterecht waren. In 2014 waren het 288 meldingen, waarvan 274 onterecht, in 2015 waren dat er 174 meldingen waarvan 171 onterecht en in 2016 waren het 109 meldingen waarvan 97 onterecht. De KMar alleen al was daarmee verantwoordelijk voor 1,101 onterechte meldingen. Slechts een klein deel van de resterende onterechte meldingen waren van andere melders.
Het aantal mensen in de prostitutie van wie vermoed werden dat zij slachtoffer van mensenhandel moet daarmee flink naar beneden bijgesteld worden. Zo bleek het alarmerende cijfer van 1,242 vermoedelijke slachtoffers van mensenhandel in de prostitutie uit 2012 helemaal niet zo hoog te liggen. Het aantal komt met de correctie namelijk uit op 818 vermoedelijke slachtoffers, nauwelijks een stijging te noemen in vergelijking met de 781 van het jaar daarvoor. En het jaar daalde het weer flink naar 668 vermoedelijke slachtoffers in de prostitutie, in plaats van de destijds vermelde 985.
Er zijn daardoor nogal grote verschillen ontstaan tussen wat men destijds melde, en wat nu achteraf blijkt. Honderden vrijwillige sekswerkers werden ten onterechte aangemeld als slachtoffer, niet omdat men dacht dat ze daadwerkelijk slachtoffer waren geworden van uitbuiting of dwang, maar omdat men ook sekswerkers meetelde als slachtoffer als ze hulp hadden ontvangen om de grens over te steken. Het aantal mogelijke slachtoffers van mensenhandel in de prostitutie is met deze kennis daarom ook nog nooit boven de 818 uit gekomen, laat staan boven de 1,000 zoals in het verleden wel met regelmaat werd gemeld.
Wat overigens opvalt uit de resterende meldingen uit de prostitutie, is dat van ongeveer 60% van de meldingen onbekend is welke om welke vorm van prostitutie het gaat. Een opvallend groot aantal, waarvan je je af begint te vragen hoe dit mogelijk is, en of het daarom wel betrouwbaar is. Immers, hoe kun je nou weten dat iemand mogelijk slachtoffer is in de prostitutie, als je niet eens weet wat voor prostitutie die persoon dan doet? Het zou goed kunnen dat veel mensen hier aangemeld worden die niet eens werkzaam zijn in de prostitutie, maar omdat ‘geringe’ vermoedens voldoende zijn, al snel gemeld worden.
Eveneens is opvallend dat het aantal meldingen uit de raamprostitutie een laagte record heeft bereikt. Het vaak vergruisde beroep achter het raam was in 2016 goed voor slechts 16 meldingen uit heel Nederland. Om het even in perspectief te plaatsen, er zijn zo’n 1200 ramen in Nederland, en de gemeente Amsterdam schat dat er alleen daar al 1,000 raamprostituees werkzaam zijn. Toch blijft de gemeente met regelmaat volhouden dat de schatting van het aantal gedwongen prostituees achter de ramen tussen 90% en 10% ligt. Wat best opvallend is, want zelfs als alle meldingen uit 2016 uit de raamprostitutie uit Amsterdam zouden komen, dan nog zou het nog maar 1,6% zijn. Nogal een groot verschil met de 90% of de 10% die de gemeente zelf beweerd.
Het grootst aantal meldingen van mogelijke mensenhandel in de prostitutie waarvan wel bekend is om welke vorm het gaat is overigens afkomstig uit de thuisprostitutie. Het gaat hier om jaarlijks iets meer dan 100 meldingen, afgelopen jaar bijvoorbeeld 122 mogelijke slachtoffers. Best opvallend gezien het feit dat de politie de afgelopen jaren juist flink is bezig geweest de thuisprostitutie onder de loep te leggen. Het lijkt dus niet echt te resulteren in veel meldingen, ondanks allerlei alarmerende berichtgevingen.
Dit jaar is het overigens voor het eerst dat de ‘sub 3’ meldingen buiten beschouwing worden gelaten. Het aantal meldingen van mogelijke slachtoffers komt daarmee uit op 952 in totaal, waarvan 523 uit de prostitutie. Geen duizenden slachtoffers dus zoals ons jarenlang is voorgehouden, maar bijna de helft daarvan. Deste opvallender is de claim die de Nationaal Rapporteur Mensenhandel dit jaar neerlegde, dat er in totaal 6,250 slachtoffers zouden zijn van mensenhandel, waarvan naar schatting 4,230 uit de prostitutie. Een enorm groot verschil met het daadwerkelijk aantal gemelde vermoedens.
Deze schatting gaat uit van het idee dat ‘veel niet gemeld wordt’, terwijl we eigenlijk juist hebben geleerd dat er juist te veel gemeld werd de afgelopen jaren. Een opvallende claim dus. Het lijkt er daardoor juist meer op alsof de Nationaal Rapporteur kunstmatig probeert het aantal mogelijke slachtoffers hoog te houden, uit angst dat de aandacht voor mensenhandel verdwijnt zodra er geen alarmerende cijfers te noemen zijn.
Toch staan die ruim 6,250 slachtoffers in totaal (binnen en buiten de seksindustrie) in schril contrast met het aantal slachtoffers wat jaarlijks aangifte doet en het aantal zaken wat daardoor binnen komt bij het OM. We hebben het over ongeveer 200-300 zaken per jaar, een stabiel cijfer al sinds jaren, waarin eigenlijk geen toe- of afname in te ontdekken valt behalve wat kleine fluctuaties per jaar. En van die zaken komt het in slechts zo’n 100 zaken tot een daadwerkelijke veroordeling voor mensenhandel. Een schijntje dus in vergelijking met de ruim 6,250 slachtoffers die de Nationaal Rapporteur dit jaar schatte.
Het heeft er daarom meer weg van dat men nu met een kunstgreep probeert vol te blijven houden dat het probleem echt heel groot is, en zelfs nog veel groter dan werd gedacht, terwijl het daadwerkelijk aantal meldingen het laagste in jaren is. Het excuus dat er ‘veel niet gemeld’ wordt is uiterst discutabel, gezien het feit dat men in voorgaande jaren, jaar in jaar uit, honderden sekswerkers ten onrechte aanmeldde als mogelijk slachtoffer van mensenhandel, terwijl hier helemaal geen sprake van bleek te zijn.
Wie het allemaal na wilt kijken kan makkelijk de cijfers terug vinden in de rapporten van de Nationaal Rapporteur Mensenhandel in de grafieken. Het rapport van 2016 is hier terug te vinden.